‘Je maakt me niet ongelukkiger dan met pavarotti’

Zangeres Trijntje Oosterhuis de maat genomen. Wat vindt zij van Celine Dion, Christina Anguilera, Rita Reys, Ilse Delange? ‘Ze is hier net een wild paard op stal.’ Oosterhuis blert graag mee op smartlappen, maar Franse chansons zijn toch wat ‘minder ordi, daar mag je onbeschaamd op wegzwijmelen’.

Tekst: maartje den breejen

Het tweede soloalbum See you as I do van Trijntje Oosterhuis is klaar. Ze noemt het een singersongwriters album, opgenomen in haar studio thuis in Amsterdam. Eigenlijk is het zelfs haar vierde album, maar van Trijntje Oosterhuis mag je de registraties van haar Marlboro Flashback to Stevie Wonder-concert en van het jazzconcert met standards van Billie Holiday en George Gershwin niet meerekenen. Hoe succesvol ook, het waren tussendoortjes.

Het Parool onderwierp Trijntje Oosterhuis aan een geblinddoekte luistertest. De zangeres kreeg twaalf nummers te horen van collega’s, van vroeger en van nu en van klassiek tot gospel.

Ze moest raden wie de zangeressen waren, maar het ging vooral om haar oordeel en smaak. Aan zangeressen die de luisteraar alleen maar alle hoeken van de kamer laten zien, stoort ze zich steeds meer. Al wil ze zelf ook nog wel eens uitpakken, maar dat wordt steeds minder. “Mijn stijl is nu vooral comfortabel, harmonieus en relaxed.”

Wende Snijders: Padam padam (Quand Tu Dors, 2004 )

Zodra Wende Snijders haar mond open doet, heeft Trijntje Oosterhuis al op de denkbeeldige knop gedrukt. “Ja, helemaal te gek is dit. Bij de meeste zangeressen duurt het even voordat ze zichzelf zijn op het podium en hun eigen stem hebben gevonden, bij mij ook. Bij Wende lijkt het wel of ze meteen al een eigen sound heeft. Ik krijg hier heel veel energie van.”

Trijntje houdt ook van het genre, de Franse chansons, waarin Wende zich heeft gespecialiseerd. “Een Franse smartlap klinkt veel chiquer dan een Nederlandse smartlap. Ik bler ook graag mee met Een beetje verliefd, maar dat is toch al snel een beetje ordi. Een Frans chanson heeft meer allure, daar mag je onbeschaamd bij wegzwijmelen.”

Herbie Hancock featuring Christina Anguilera: A song for you (Possibilities, 2005)

Een moeilijke, want het album waarvan deze track komt, ligt pas op 9 september in de winkel. Al stond van tevoren al vast dat Trijntje de titel van het lied zou raden: ze is een groot bewonderaar van Donny Hathaway, die het origineel heeft opgenomen. Met Herbie Hancock heeft Trijntje opgetreden, maar herkent ze zijn spel?

Nou en of. Meteen bij de eerste noot, scoort Trijntje een tien, plus bonuspunten.

Trijntje heeft de cd al gehoord. Pianist Michiel Borstlap schreef haar: ‘Ze zijn ons voor geweest.’ Borstlap en Trijntje koesterden al een tijd het plan om A song for you op te nemen.

Als Herbie Hancock naar Nederland komt, om zijn cd te promoten, treedt hij 14 september op bij Barend & Van Dorp. Trijntje is gevraagd als gastzangeres en gaat A song for you zingen. En ze zal dat heel anders doen dan Christina Anguilera.

“Het origineel, in de uitvoering van Donnie Hathaway, is zo ongelooflijk mooi, dat kan ik maar een keer per jaar horen, want dat komt keihard aan. Christina Anguilera is hier net een wild paard op stal. Ik vind haar heel erg getalenteerd – er kunnen niet veel mensen wat zij met haar stem kan – maar ze laat je hier alle hoeken van de kamer zien en dat is net niet wat ik wil horen bij dit liedje. Als ze 25 procent minder had gegeven, had ze mij veel meer ontroerd. Dus: iets minder haar en iets minder ad libs (geimproviseerde notenslierten, red.).”

“Moet je mij horen, ik kan zelf ook over de top gaan, maar ik kom daar steeds meer van terug. Bij dit liedje moet je niet aan de Mariah Carey-sport doen. Vaak is een lied alleen maar mooi zingen genoeg.”

Rita Reys: Over The Rainbow (I Got Rhythm – Rare And Unissued Recordings 1949-1964)

Een opname van een jonge Rita Reys. Trijntje legt haar oor op het speakertje van de laptop, waaruit Over the rainbow schalt. “Is dit Sarah Vaughan? Ella Fitzgerald dan? Nee?” Na nog een couplet: “Nou, zeg het maar.”

“Rita Reys, jee, dat is wel ’n compliment zeg, dat ik dacht dat het Sarah Vaughan was. Ik ben helemaal geen Rita Reys-specialist. Maar ik vind dit wel te-gekker dan wat ze tegenwoordig doet. Niet voor niets misschien dat ik eerst aan Sarah Vaughan denk.”

“Ik vind het jammer dat Rita Reys zich de standards nooit echt eigen heeft gemaakt. Ze heeft zo de neiging te zingen als de jazzgoeroes, als Sarah Vaughan dus bijvoorbeeld. Mathilde Santing heeft echt een eigen ding gemaakt van bestaand repertoire. Wende ook, die heeft de Franse chansons helemaal naar zich toe getrokken. Zangeressen die hun eigen identiteit in bestaand repertoire leggen, spreken mij meer aan.” Ik heb grote bewondering voor Rita Reys hoor, ze heeft een basistechniek als geen ander en dat vind je haast nergens meer in Nederland. Ja, bij Rob de Nijs misschien. Ik pruts ook maar een eind weg. Maar het is dan ook echt een teringwerk, wil je echt op heel hoog niveau geraken.”

Leela James: Music (A change is gonna come, 2005)

Bij de basintro: “Marcus Miller? Oh nee, ik hoor het al. Het is Layla Jones.” We rekenen het goed. “Leela James ja, die bedoel ik. Wat een stem he, echt te gek. De Joss Stone sound, maar dan scherper. Joss Stone heeft soul en Leela James is soul. Ik vind dit heel inspirerende muziek, ik krijg meteen zin zelf aan de slag te gaan. Ik hoop wel dat dit meisje een eerlijke kans krijgt. Ze is geen R&B-miepje en in de soulhoek zit Joss Stone al.”

Celine Dion: If you asked me to (Celine Dion,1992)

Het duurt even, maar als de zangeres een kikkerachtige keelklank maakt, weet Trijntje Oosterhuis het zeker: ‘een jonge Celine Dion’. Oosterhuis doet het kikkergeluid na: “Mooaah. Ik ben soms zo benieuwd hoe zangers zichzelf zien. Waarschijnlijk denkt Celine Dion dat mensen door dat kikkergeluid ontroerd raken, want ze is het steeds meer gaan gebruiken. Ze zingt een beetje zoals Italiaanse tenoren. Dat vind ik heel lelijk. Witte muziek, noem ik dit.”

Aretha Franklin: Maybe I’m a Fool (1960-1965 Columbia Jazz )

Dan maar snel over naar de koningin van de zwarte muziek. Aretha Franklin heeft alleen nog maar geneuried of Trijntje weet wie het is. “Van wanneer is dit? Was ze toen net haar carriere begonnen? En toen zong ze vooral jazz? Ik wil deze cd ook, prachtig. Je hoort hier in het klein hoe ze later zal klinken. Dat hese geluid in haar stem herken je al, maar het is net of haar zangspier inmiddels erg is gegroeid. Nu klinkt ze als een enorme schoorsteen en dat bedoel ik positief. Ik ben opeens heel benieuwd hoe ik later zal klinken.”

Tammi Terrell: All I Do Previously unreleased (A Cellarful of Motown, 2002)

Stevie Wonder schreef All I do oorspronkelijk voor Tammi Terrell (best bekend als de duettenpartner van Marvin Gaye). Maar haar uitvoering werd nooit uitgegeven. Tien jaar later zong Stevie Wonder het nummer zelf op het album Hotter than July.

Trijntje zingt meteen mee. Ze heeft het lied zelf gezongen tijdens haar Stevie Wonder Flashback tournee. “Maar wie is dit in vredesnaam? Deze opname klinkt oud. Hoe kan dat nou? Stevie Wonder bracht All I do in 1980 uit, en dit klinkt uit de tijd dat Stevie Wonder nog helemaal niet is geboren. Is dit Diana Ross? Nee. Is het de dochter van Diana Ross? Ze zingt het wel in een grappig tempo, vrolijk. Ik zing dit nummer weemoediger. Tammi Terrell, dat had ik nooit geraden.”

Molly Johnson: Summertime (Another day, 2002)

Na een regel tekst. “Macy Gray? Niet? Moeilijk zeg. Het is wel een beetje hetzelfde typje als Macy Gray.” Trijntje heeft een aha-erlebnis bij het horen van de naam.

“Ja, die heeft inderdaad diezelfde nonchalance over zich als Macy Gray, een beetje dat gare. Dat vind ik wel leuk, als het maar niet gaar doen om het gaar doen is. Bij Molly Johnson denk ik wel eens dat het een gimmick is. Ik vind deze uitvoering van Summertime wel heel grappig. Je hoort dat ze erg muzikaal is.”

Ilse Delange: All the woman you’ll ever be (World of hurt, 1998)

Na luttele seconden. “Het natuurtalent van Nederland: Ilse. Wat een mooie stem, wat een oorspronkelijk geluid! Te gek dat we in Nederland zo’n zangeres hebben. Ze wil de buitenlandse markt veroveren. Dat vind ik wel stoer van haar, ze zet al haar kaarten daarop, ik hoop dat het lukt.”

“Is dit een lied van haar eerste cd? Mooi, ik vind dat ze het best tot haar recht komt als ze country zingt.”

Andreas Scholl, the Orchestra of the Age of Enlightenment & Roger Norrington: Orfeo ed Euridice, ‘Che faro senza Euridice?’ (Heroes, 1999)

Trijntje raadt al snel dat er een man aan het zingen is, heel hoog. “Heel knap, zoveel beheersing. Het is een countertenor, dat hoor ik wel. Vroeger zongen jonge jongens of castraten deze partijen, toch? Maar wie dit is, dat zou ik je echt niet kunnen vertellen. Oh, is hij beroemd? Scholl, nee zegt me niets. Ik hou hier wel van, wat een beheersing. Al vind ik klassieke muziek vaak mooier als er niet wordt gezongen. Ik hou wel van Aafje Heynis. Haar stem vind ik prachtig. Maar je kunt me niet ongelukkiger maken dan met Pavarotti.”

Mahalia Jackson: You’ll never walk alone (oorspronkelijke opname midden jaren zestig. The essential Mahalia Jackson, 2004)

De eerste superster die de gospel voortbracht, zingt een paar regels van de tot voetballied uitgegroeide reli-klassieker, zegt Oosterhuis. “Ik denk dat dit een vrouw is, maar ik weet het niet zeker. Mooi trouwens. Is het soms Oletta Adams? Nee. Geweldig zeg. Wat een mooie donkere stem. Is dit gospel? Mahalia Jackson? Moet ik me ook eens in verdiepen. Bij gospel hoor je heel letterlijk en puur dat zingen een manier is om je vrij te voelen. Vroeger zong men om te overleven, dat was het enige wat men had. Dat ontroert mij.”

Diana Krall: A case of you (Live in Paris, 2002)

Na het pianointro: “Grappig he, ik moet steeds eerst de stem horen, dan weet ik pas van wie het is. Ik vind Diana Krall hartstikke goed, en ik heb haar graag om me heen in de huiskamer. Maar of ze nu aardig is, vraag ik me af. Tijdens optredens kan er geen lachje vanaf. Maar ja, misschien is ze wel heel onzeker. Je kunt daar niet over oordelen, en dat mag ook eigenlijk niet want ze is per slot van rekening muzikant, geen presentatrice.”

“Het heeft mij ook enige tijd gekost voordat ik me goed voelde op het podium. Toen ik met de band Total Touch doorbrak, was ik lichtelijk depressief. Het was net uit met mijn vriendje en het ging niet lekker, je kent dat wel. Maar, toen vond ik helemaal niet prettig om in de schijnwerpers te staan. Dat klopte naar mijn gevoel helemaal niet.”

“Eigenlijk is het ook heel onnatuurlijk steeds maar met een grote lach de leuke meid uit te hangen. Er zijn maar weinig mensen die natuurlijk overkomen op het podium. Ik kan alleen Stevie Wonder verzinnen en Ray Charles. Inderdaad, beiden blind. Misschien scheelt dat.”

Trijntje Oosterhuis: ‘See you as I do’ (EMI). Op 25 november staat Trijntje Oosterhuis in de Heineken Music Hall.

Advertentie