Filmrecensie: White God

 

Het leven bezien door de ogen van een hond

And the Palm Dog goes to….Luke en Body voor hun afwisselend gespeelde rol van Hagen in de film White God van de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó. De prijs werd op het filmfestival van Cannes 2014 speciaal voor hen in het leven geroepen. Luke en Body zijn honden, Hagen ook.

En inderdaad: het spelplezier van de twee bastaards spat van het scherm. Tot op zekere hoogte waren de honden te regisseren met hulp van hondentrainers, maar de eer moet vooral óók gaan naar Mundruczó en zijn crew, omdat die zo benauwend overtuigend de suggestie wekken dat de dieren ondanks hun kwispelende, naïeve trouw en blijmoedigheid worden mishandeld, tegen elkaar op worden gezet en langzamerhand veranderen van beste vriend in grootste vijand van de mens. Zonder dat de honden in het echt ook maar een greintje pijn zijn gedaan, dat staat buiten kijf. Sterker nog, in de film spelen 250 asielhonden mee, die na de première van White God allemaal zijn geadopteerd. En toch, zelfs als je vantevoren weet dat alle figuranten (lees: honden) die meespelen er alleen maar beter op zijn geworden, dan nog is er geen ontsnappen mogelijk uit deze horrorfabel.

De film heeft een onomwonden moralistische boodschap: Alleen als wij mensen – en dan vooral wij blanke, zelfingenomen Europeanen – onszelf positioneren op gelijke hoogte, temidden van andere soorten en rassen, is er kans op een vreedzame samenleving. De camera wisselt dan ook steeds van perspectief; we kijken afwisselend door de ogen van de hond en de mens.

White God gaat over sociale ongelijkheid, over arrogantie, de hypocrisie van de elite en de politiek die op een real life soap lijkt, en over onze diepe angst voor de massale opstand van de onderdrukten. De honden staan symbool voor die massa minderheden aan de andere kant van de wereld of gewoon bij ons in de straat, die we willen domesticeren, knechten, waar we ons boven verheven voelen en die we onze wetten en cultuur willen opleggen.

De fabel begint bij het dertienjarige meisje Lili, dat – met hond Hagen  – door haar moeder wordt afgezet bij haar vader. Moeder gaat drie maanden naar Australië voor werk. Vader snapt niets van dochter, werkt in een slachthuis en sluit Hagen ’s nachts op in de wc. Knappe kijker die niet meteen een hekel aan deze man krijgt. Des te knapper dat de empathie met de man gedurende de film groeit.

De overheid heft zware belasting op het houden van bastaards om het kweken van rashonden te stimuleren. Hun eigenaars brengen ze naar het asiel, die al snel overvol zitten. Honden die niet geheel gezond zijn, worden afgemaakt. De link naar de uitsluitingspolitiek van de oprukkende extreem rechtste partijen is snel gelegd.

Als de vader van Lili dreigt te moeten betalen voor Hagen, zet hij het dier op straat. Lili is radeloos en blijft zoeken. Hagen sluit zich aan bij een groep zwerfhonden, valt keer op keer in verkeerde mensenhanden, wordt opgeleid tot vechthond en als hij uiteindelijk aan de slachtbank ontsnapt, ontpopt hij zich als leider van een enorme roedel honden die de mens gaat wreken. Spectaculair zijn de scènes waarin de dieren moordend door de straten van Boedapest trekken.

Lili is de enige die deze oorlog kan met haar trompetspel. Zij speelt in een orkest, dat de tweede Hongaarse rapsodie van Franz Listzt repeteert. Hagen wordt rustig van Lili’s partij. Wat dat betreft is White Dog ook een ode aan de verbindende kracht van muziek. Vader en dochter komen nader tot elkaar dankzij Lili’s uitvoering. In het hondenasiel staat de tv aan, waarop de beroemde scène te zien is van Tom & Jerry, die onbedoeld samen het stuk van Listzt spelen.

De film staat bol van de symboliek en verwijzigingen naar andere kunstwerken, zoals Birds van Hitchock, het hondengevecht uit Amores Perros, White Dog uit 1982, waarin een hond is getraind om alleen donkergekleurde burgers aan te vallen en zelfs E.T. van Spielberg. Je kunt er een leuke avondvullende filmquiz aan wijden, nadat je een ontregelende en overrompelende bioscoopervaring hebt gehad.

White Dog van Kornél Mundruczó (Cinemien) draait vanaf 4 december in de bioscoop. Zie: http://www.filmladder.nl/film/white-god/synopsis

 

Advertenties

Profiel: de hond in de kunst

51CROPMyNYL._SS500_

Profiel: de gepenseelde trouwe viervoeter

Een huilende hond ligt naast  het heldengraf

De hond speelt een prominente rol in de schilderkunst. Het dier is bij uitstek geschikt om emoties op te projecteren. Toon me uw hond en ik zeg u wie u bent.

Maartje den Breejen

Het doek draagt de titel Amsterdamse hondenmarkt en is tussen 1671 en 1672 geschilderd door (what’s in a name?) Abraham Hondius. We zien een gigantische roedel rashonden, die zijn verzameld op een braakliggend terrein. Sint-bernards, hazewindhonden, mastiffs, terriërs en poedels liggen naast of op elkaar, spelen of vechten. Aan hun poten liggen met edelstenen ingelegde hondenriemen.

Tegen de achtergrond van een Romeinse zuilengalerij, een ruïne en een gebeeldhouwde figuur, wordt gehandeld in de honden. Drie mannen staan met zwepen bij een aantal gestroomlijnde honden. Een vrouw in een weelderige jurk met een keffertje op haar arm wijst de pup aan die ze wil kopen. Achter haar staat een zwarte man klaar om het beestje naar huis te dragen.

Hebben we iets gemist in onze geschiedschrijving van Amsterdam? Bestond er zoiets als een hondenmarkt? Hebben de Romeinen hier gebouwd? Niets van dat alles. Het tafereel is ontsproten aan de fantasie van Hondius.

In de zeventiende eeuw was de rashond in de mode bij de bourgeoisie van Europa, en zeker in het rijke Holland. Elke dame en heer van stand had een raszuivere hond en liep daar mee te pronken. Het summum van chic was om je met je dier door een bekende schilder vast te laten leggen. Misschien is het cliché dat baas en hond op elkaar lijken, destijds ontstaan.

De hond is bijna even lang een onderwerp van kunstenaars als het diersoort oud is. De hond is zelfs zo vaak afgebeeld dat er kunstboeken over vol zijn geschreven. Onlangs verscheen er weer één bij de Engels-Amerikaanse uitgeverij Merrell: The dog, 5000 years of the dog in art, geschreven en samengesteld door Tamsin Pickeral, specialist in paardensport, kunst en de band tussen mens en dier.

De schilderijen zijn geordend op thema. Pickeral onderscheidt bijvoorbeeld De religieuze hond; De geportretteerde hond, De jagende hond of De huiselijke hond.

Als je al die beroemde en minder beroemde doeken waarop een hond staat afgebeeld in een bladerbeweging voorbij ziet komen, wordt in één klap duidelijk hoe prominent de rol van de natte neus in de kunstgeschiedenis is. Het wereldberoemde schilderij dat Jan van Eyck in 1434 van het huwelijk van Arnolfini maakte, is niet compleet zonder de bruine terriër tussen de echtelieden in, die trouw symboliseert.

Waarschijnlijk zag de eerste hond ongeveer 14.000 jaar geleden het licht. In het Duitse Bonn-Oberkassel is een schedel van een hond gevonden uit die tijd. Maar de eerste grotschildering van een hond wordt volgens Pickeral pas 6000 voor Christus gevonden in Algerije.

Geleerden vinden het vreemd dat het paard eerder en in veel groteren getale op de grotmuren verschenen dan de hond, omdat juist de hond zeer waarschijnlijk eerder in de buurt van de mens verkeerde. Diezelfde geleerden komen met de wat slappe verklaring dat de hond misschien wel zo volledig tot het dagelijks leven behoorde, en naast de mens voor het haardvuur zat, dat de kunstenaars er niet op kwamen het dier af te beelden.

De holbewoners vereeuwigden de hond in den beginne in elk geval vooral als hulp van de jager.

In de eeuwen daarna, zal de hond in ogen van de mens transformeren in een wezen met evenzovele goddelijke als duivelse trekken. Dikwijls wordt op de hond kennis van het hiernamaals geprojecteerd. Op Egyptische reliÎfs verschijnt Anubis, de god van de doden, met een hondenkop. De klassieke kunstenaars beelden Hades, wachter van de onderwereld, af met aan zijn zijde de vervaarlijke driekoppige hond Cerberus, met manen van slangen en een staart met weerhaken. Hier waakt de hond, wat u zegt.

Na de val van het Romeinse Rijk raakt de hond in het Westen enigszins uit de gratie. Honden worden steeds vaker als onrein beschouwd. Mensen stierven aan hondsdolheid, daar kreeg het imago van de hond ook een knauw van. Al zijn er in de middeleeuwen ook prachtige schilderijen gemaakt van Bijbelse taferelen met hond als trouwe metgezel op barre tochten door de woestijn.

Maar de toptijd voor de hond in de schilderkunst brak aan met de renaissance. Heersers en aristocraten werden afgebeeld met hun jachthonden om te benadrukken dat de eigenaar over jachtvelden beschikte. De vrouwen kregen bij hun portret een hondje op schoot om haar eigenschappen van devotie en trouw te accentueren. Honden wandelden overal het doek op. Je ziet ze liggen onder de tafel bij een boerenbruiloft, aan de voeten van twee geliefden, bij spelende kinderen of braaf zittend naast de baas.

En dan begint de mens een beetje door te slaan. Het sentiment en gevoel voor drama neemt in de victoriaanse tijd de overhand en dat projecteren schilders op de hond. Bij treurende geliefdes, dromerige kinderen, een graf van een held, of een smachtende vrouw op een bed worden huilende, wakende, alerte en schrandere honden gepenseeld.

Van daaruit kunnen we een regelrechte lijn trekken naar het succes van Martin Gaus en al die reclames waar honden in voorkomen.

En de hond zelf, wat vindt die ervan? Zie het schilderij Kunstliefhebber van Lincoln Seligman, waarbij een labrador staart naar een Campbells soepblik. Kijkt de hond zo indringend naar dit blik omdat Andy Warhol die tot kunst heeft verheven, of omdat de soep meaty chuncks ofwel lekkere vleesballetjes bevat? Het antwoord dat u geeft, zegt vooral iets over u zelf.

beeld van Tom Claassen op het Gustav Mahlerplein in Amsterdam, foto: Mascha Haring
beeld van Tom Claassen op het Gustav Mahlerplein in Amsterdam, foto: Mascha Haring

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑