Profiel: de hond in de kunst

51CROPMyNYL._SS500_

Profiel: de gepenseelde trouwe viervoeter

Een huilende hond ligt naast  het heldengraf

De hond speelt een prominente rol in de schilderkunst. Het dier is bij uitstek geschikt om emoties op te projecteren. Toon me uw hond en ik zeg u wie u bent.

Maartje den Breejen

Het doek draagt de titel Amsterdamse hondenmarkt en is tussen 1671 en 1672 geschilderd door (what’s in a name?) Abraham Hondius. We zien een gigantische roedel rashonden, die zijn verzameld op een braakliggend terrein. Sint-bernards, hazewindhonden, mastiffs, terriërs en poedels liggen naast of op elkaar, spelen of vechten. Aan hun poten liggen met edelstenen ingelegde hondenriemen.

Tegen de achtergrond van een Romeinse zuilengalerij, een ruïne en een gebeeldhouwde figuur, wordt gehandeld in de honden. Drie mannen staan met zwepen bij een aantal gestroomlijnde honden. Een vrouw in een weelderige jurk met een keffertje op haar arm wijst de pup aan die ze wil kopen. Achter haar staat een zwarte man klaar om het beestje naar huis te dragen.

Hebben we iets gemist in onze geschiedschrijving van Amsterdam? Bestond er zoiets als een hondenmarkt? Hebben de Romeinen hier gebouwd? Niets van dat alles. Het tafereel is ontsproten aan de fantasie van Hondius.

In de zeventiende eeuw was de rashond in de mode bij de bourgeoisie van Europa, en zeker in het rijke Holland. Elke dame en heer van stand had een raszuivere hond en liep daar mee te pronken. Het summum van chic was om je met je dier door een bekende schilder vast te laten leggen. Misschien is het cliché dat baas en hond op elkaar lijken, destijds ontstaan.

De hond is bijna even lang een onderwerp van kunstenaars als het diersoort oud is. De hond is zelfs zo vaak afgebeeld dat er kunstboeken over vol zijn geschreven. Onlangs verscheen er weer één bij de Engels-Amerikaanse uitgeverij Merrell: The dog, 5000 years of the dog in art, geschreven en samengesteld door Tamsin Pickeral, specialist in paardensport, kunst en de band tussen mens en dier.

De schilderijen zijn geordend op thema. Pickeral onderscheidt bijvoorbeeld De religieuze hond; De geportretteerde hond, De jagende hond of De huiselijke hond.

Als je al die beroemde en minder beroemde doeken waarop een hond staat afgebeeld in een bladerbeweging voorbij ziet komen, wordt in één klap duidelijk hoe prominent de rol van de natte neus in de kunstgeschiedenis is. Het wereldberoemde schilderij dat Jan van Eyck in 1434 van het huwelijk van Arnolfini maakte, is niet compleet zonder de bruine terriër tussen de echtelieden in, die trouw symboliseert.

Waarschijnlijk zag de eerste hond ongeveer 14.000 jaar geleden het licht. In het Duitse Bonn-Oberkassel is een schedel van een hond gevonden uit die tijd. Maar de eerste grotschildering van een hond wordt volgens Pickeral pas 6000 voor Christus gevonden in Algerije.

Geleerden vinden het vreemd dat het paard eerder en in veel groteren getale op de grotmuren verschenen dan de hond, omdat juist de hond zeer waarschijnlijk eerder in de buurt van de mens verkeerde. Diezelfde geleerden komen met de wat slappe verklaring dat de hond misschien wel zo volledig tot het dagelijks leven behoorde, en naast de mens voor het haardvuur zat, dat de kunstenaars er niet op kwamen het dier af te beelden.

De holbewoners vereeuwigden de hond in den beginne in elk geval vooral als hulp van de jager.

In de eeuwen daarna, zal de hond in ogen van de mens transformeren in een wezen met evenzovele goddelijke als duivelse trekken. Dikwijls wordt op de hond kennis van het hiernamaals geprojecteerd. Op Egyptische reliÎfs verschijnt Anubis, de god van de doden, met een hondenkop. De klassieke kunstenaars beelden Hades, wachter van de onderwereld, af met aan zijn zijde de vervaarlijke driekoppige hond Cerberus, met manen van slangen en een staart met weerhaken. Hier waakt de hond, wat u zegt.

Na de val van het Romeinse Rijk raakt de hond in het Westen enigszins uit de gratie. Honden worden steeds vaker als onrein beschouwd. Mensen stierven aan hondsdolheid, daar kreeg het imago van de hond ook een knauw van. Al zijn er in de middeleeuwen ook prachtige schilderijen gemaakt van Bijbelse taferelen met hond als trouwe metgezel op barre tochten door de woestijn.

Maar de toptijd voor de hond in de schilderkunst brak aan met de renaissance. Heersers en aristocraten werden afgebeeld met hun jachthonden om te benadrukken dat de eigenaar over jachtvelden beschikte. De vrouwen kregen bij hun portret een hondje op schoot om haar eigenschappen van devotie en trouw te accentueren. Honden wandelden overal het doek op. Je ziet ze liggen onder de tafel bij een boerenbruiloft, aan de voeten van twee geliefden, bij spelende kinderen of braaf zittend naast de baas.

En dan begint de mens een beetje door te slaan. Het sentiment en gevoel voor drama neemt in de victoriaanse tijd de overhand en dat projecteren schilders op de hond. Bij treurende geliefdes, dromerige kinderen, een graf van een held, of een smachtende vrouw op een bed worden huilende, wakende, alerte en schrandere honden gepenseeld.

Van daaruit kunnen we een regelrechte lijn trekken naar het succes van Martin Gaus en al die reclames waar honden in voorkomen.

En de hond zelf, wat vindt die ervan? Zie het schilderij Kunstliefhebber van Lincoln Seligman, waarbij een labrador staart naar een Campbells soepblik. Kijkt de hond zo indringend naar dit blik omdat Andy Warhol die tot kunst heeft verheven, of omdat de soep meaty chuncks ofwel lekkere vleesballetjes bevat? Het antwoord dat u geeft, zegt vooral iets over u zelf.

beeld van Tom Claassen op het Gustav Mahlerplein in Amsterdam, foto: Mascha Haring
beeld van Tom Claassen op het Gustav Mahlerplein in Amsterdam, foto: Mascha Haring
Advertenties

Theo Nijland is een gevoelige meneer

foto: Ben van Duin

Theo Nijland
’t Begin van het einde
(Basta)

Theo Nijland nadert de zestig (hij is 58), vandaar de titel van zijn nieuwe album ’t Begin van het einde. Die, zo schrijft de pianist en zanger, slaat op ‘mijn huidige levensfase waarin ik steeds vaker heen en weer wordt geslingerd tussen het steeds opnieuw willen beginnen en het oprukkende besef van de eindigheid?” Op de cover zien we Nijland op de rug in een desolaat mistig berglandschap, precies zoals op het beroemde schilderij De wandelaar boven de nevel, uit 1818 van Caspar David Friedrich, dat een sleutelwerk uit de periode van de Romantiek vormt. De schilder had bij de afbeelding van zijn figuren op de rug, de symboliek van de levensreis voor ogen: de wandelaar kijkt terug op het pad dat hij heeft afgelegd of nog af moet leggen. En dat sluit dan weer aan bij het heen en weer geslinger van Nijland.

Een romantische geest is Nijland ook. “Waar ik op mijn vorige cd Masterclass nog zong dat ik schoon genoeg had van liefdesliedjes, zing ik op dit album dus alleen maar liefdesliedjes. In de ruimste zin van het woord, maar toch. Soit.” De arrangementen van de twaalf liederen zijn ook overwegend romantisch met een prominente rol voor een strijkkwartet, een vurig achtergrond koor van drie vrouwen en met Juneoer Mers als ‘sidekick’. Mers speelde in Nijlands (anti-)musical Mijn leven als Theo Nijland diens alterego, beschikt over een mooi soulstem en staat ‘voor de neger in Theo’.

“Ik ben een meneer die eruitziet als een accountant, die zijn tas neerzet en de muziek eruit haalt. En die dan lyrisch, kwetsbaar en hard blijkt te zijn,” zei Nijland in een interview. Hij is romantisch, maar wordt nooit theatraal. Waar de meeste zangers met weidse armgebaren nog eens flink uithalen om de climax in het refrein kracht bij te zetten, daar plaatst Nijland een relativerend zinnetje. In het lied Ik ben bij je horen we een man zijn eeuwige liefde verklaren: “Ik ben bij je/als de angst je om het hart slaat/je geheugen uit je wegglijdt/als je niet meer in deze tijd leeft/ben ik bij je.” Langzaam maar zeker slaat de stemming om. De laatste regel gaat zo: “Nee, jij komt nooit meer van me af/dat is je straf/omdat je zo lief bent.”

Nijland heeft te veel zelfkritiek om te zwelgen in liefdesverdriet of grote avonturen. In het lied Als je terugkomt vraagt hij een zeeman te verhalen over de peilloze diepten, de wind, de rimpelloze nachten, het zingen van dolfijnen, want hij zal zelf nooit de zee op gaan: “Ik wil vaste grond onder mijn voeten.”

Toch bedient Nijland zich op ’t Begin van het einde veel minder dan op al zijn voorgaande cd’s van ironie. Alsof hij zich niet langer voortdurend hoeft te verantwoorden voor emoties als verlangen, angsten en twijfel, omdat we nu toch wel weten dat Nijland geen schmierder is. In Al zolang je ken, interpreteert de ik-figuur elke stilte die zijn geliefde laat vallen als een voorbode van het einde van hun relatie. Hij stelt zich bijzonder kwetsbaar op in alle onzekerheid. Net zoals in Alleen nog maar van jou. Daarin smeekt de ik-figuur of hij weer terug mag komen bij zijn ex. Hij legt al zijn kaarten op tafel.

Maartje den Breejen

Trompettist Christian Scott: geëngageerd en steengoed

Christian Scott
Christian aTunde Adjuah
(Concord)

De trompettist Christian Scott heeft een rol in Treme, een HBO-serie van de makers van The Wire, over het leven van vooral muzikanten na orkaan Katrina. Rode draad in de serie is de voorbereiding op het jaarlijkse carnavalsoptocht; een van de personages naait bijvoorbeeld eindeloos in een kaalgeslagen kroeg aan een nieuw pak van woeste veren, dat uitdrukking geeft aan het culturele erfgoed van de Mardi Grass Indianen.
Best kans dat Scott, geboren en getogen in New Orleans, is geïnspireerd door de serie. Zijn nieuwe dubbelalbum is, zoals hij zelf zegt, een zelfportret in 23 tracks. Met de titel Christian aTunde Adjuah, tevens zijn nieuwe artistieke naam, verwijst Scott naar zijn voorvaderen in Ghana. Op de cover poseert de trompettist in ook zo’n ravissant ceremonieel en traditioneel verenpak van de zwarte indianen van New Orleans.
In de composities is te horen hoe Scott samen met zijn dynamische en hoog sensitieve band de rijke muziektraditie van zijn stad naar zijn eigen hand weet te zetten, veelzijdig muzikant als hij is. Hij heeft ook nog eens een fenomenale techniek en is bevlogen en geëngageerd. Het heftige nummer Fatima Aisha Rokero 400 gaat over de verkrachting van 400 Sudanese vrouwen. Andere nummers gaan over de puinhopen van zijn stad, over racisme, een Aids-patient en de liefde, altijd de liefde.

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑